De deurpost van de tabaksschuur onthoudt iedereens handen
300 jaar aan; vingers, ringen, handpalmen, eelt
‘Een deurpost heeft niets aan namen’
Hij lacht
Als je hem probeert uit te leggen dat hij nu onderdeel is van een monument
lacht hij nogmaals
Van een monument heeft hij nog nooit gehoord
De schuur is van waarde, van algemeen historisch belang, leg je uit
De deurpost lacht weer
‘Die moedervlek op je duim lijkt op een van de handen van de tabakstelers’
‘Een deurpost heeft niets aan namen’ herhaalt hij nogmaals
‘Maar ik ben blij gezien te worden’