als het waaide op de engen
dan werd de wind gestopt
dan zwaaiden om gevlochten takken
slechts de bonen aan de top
jonge planten lagen goed beschut
in hun warme broeibaknest
tussen wollen lompen, duivenpoep
of schapenplaggenmest
spijlen, zandgoed en al die hanken
klampen, suikeren, verzin het maar
ja, ook schokkeren, inschoppen
taaltechnisch waren we de sigaar
maar daardoor kon de schoorsteen
roken, ontkiemde welvaart in de streek
kwam zelfs Napoleon even langs
toen tabaksteelt best succesvol bleek
zoveel kwartieren later, is alles anders
en toch niet, voor wie omhoogkijkt
langs kasteel of Andrieskerk en
daar duiventillen ziet
de Nederrijn die stroomt nog steeds
daar kwam het water destijds vandaan
en nog steeds doorkruisen we ons verleden
in Dwarsakkers en Tabakslaan
dit zijn de bladen van ons vroeger
die nooit omgeslagen zijn
die Amerongen tot Amerongen maken:
karakteristiek, ambachtelijk en verfijnd
laat dat een grote opsteker zijn,
de tabaksschuren zijn nu monumentaal
en dat alleen al is, om in vakjargon te blijven,
een buitengewoon bestegoed-verhaal